Pianist Michiel Borstlap stapt met zijn nieuwe album Solo 2010 terug naar de basis. ‘Ik was eraan toe om gewoon weer eens echt piano te spelen.’
Tekst: Coen de Jonge, FOTO’S: J. Draper, Alain Roux, Michiel van Nieuwkerk, Jeroen van Loon
Muziek zou over drie pijlers van het leven moeten waken. Dat is het hoofd, het hart en de onderbuik. De weemoed zit in het hart, het ritme en de groove zitten in de onderbuik.
Maar het is ook prettig als je over de dingen zou kunnen nadenken. Als je die drie dingen kunt entameren, is dat het grote doel.’ Michiel Borstlap is net terug uit de Verenigde Staten, waar hij speelde in de vermaarde jazzclub Blues Alley in Georgetown, bij Washington DC. ‘Een avond met de band en een avond solo. Gewoon gevraagd, zonder acquisitie. Er waren mensen die uit Florida kwamen vliegen om mij te horen.’
Kopers van zijn nieuwe cd-dvd Solo 2010 krijgen er een impressie van; er is een stukje van het optreden gefilmd. De eigenaar van de club, Harry Schnipper, heeft zich nu opgeworpen als promotor van Borstlap en de zijnen. ‘Hij ging op zijn knieën. Voor zijn personeel, de obers en zo. “Best show in years”, zei hij.’
In het pakketje zit zowel een cd als een dvd. ‘Die dvd is live opgenomen. In muzikantentaal kun je zeggen dat hij wat robuuster is. De cd is wat fijner. Daarmee bedoel ik het volgende. Ik heb nu een studio aan huis gekregen, en dan kun je bij wijze van spreken meer een conceptplaat maken, dan dat je drie keer naar een andere studio moet gaan. Dan heb je op een gegeven moment die tracks en dat is het. Nu was ik er ook aan toe om gewoon weer eens echt piano te spelen. En dan niet alleen geënt op jazz maar ook op klassiek en op eigen composities. In 2004 heb ik al eens een soloplaat gemaakt, maar daar staan alleen standards op. Deze keer gaat het om eigen werk en eigen improvisaties. Ja, er is één stuk van Monk, dat wel. Het is de eerste keer dat ik het op deze manier doe, zeker omdat er nu ook een dvd bij zit.
‘Kijk, op mijn voorlaatste plaat Eldorado staat de piano niet zozeer centraal. Dat was meer een showcase, in de zin van wat je heden ten dage kunt doen met elektronica. Je geeft een lekkere beat, kunnen de mensen lekker op dansen, maar het ging vooral om te laten zien: dit is de status daarvan nu. Deze keer heb ik een heel andere doel.‘
Lees verder in Jazzism 2 op pagina 42.